maandag 23 april 2018

Dag 4 – 22 april

7.45 uur – vol goede moed weer onderweg naar Casa Veni vidi Venray. M’n humeur wordt nóg beter als ik vrijwel meteen na het verlaten van m’n b&b stuit op een idyllisch tafereeltje aan de Henseniusstraat.


9.45 uur – met twee zakken vol verloren wieldoppen loop ik naar het Sint-Annaterrein waar ik om elf uur in m’n hoedanigheid van regiobestuurder van het Gilde der Verlorenwieldoprechtopzetters een stoomcursus verlorenwieldoprechtopzetten zal verzorgen. Voel me bevoorrecht om in deze paradijselijke omgeving een verlorenwieldoproute te mogen uitzetten.


10.53 uur – klaar met uitzetten. Laat de deelnemers nu maar snel toestromen! Maar Venray blijkt nog helemaal niet rijp voor een stoomcursus verlorenwieldoprechtopzetten. Of Venray acht zich te goed voor een stoomcursus verlorenwieldoprechtopzetten. Hoe dan ook: alleen Erik en Véronique en de moeder van Véronique komen opdagen. Van je trouwe supporters moet je het hebben! Waardoor het toch nog heel gezellig wordt. En zonder hen zou ik nooit die fan-tas-ti-sche automatiek, onderdeel van de voormalige schouwburg op het terrein, hebben ontdekt. Wee degene die het waagt hier ook maar één vinger naar uit te steken.


12.15 uur – Erik herstelt het boekenkunstwerk in de etalage van Casa Veni vidi Venray.


Daarna voor een lunch naar de ouders van Erik in de Rochusstraat. Véronique blijft me intussen maar overladen met tips over zaken waarover ik absoluut móet schrijven. Alsof ik niet elf dagen maar elf maanden de tijd heb.

14.00 uur – terug in Casa Veni vidi Venray. Waar ik zowaar een bezoeker mag begroeten: mijn tijdelijke overbuurman Ali komt langs voor een praatje. Ali is samen met z’n broer eigenaar van kapsalon Izzet Ezící, schuin tegenover Schoutenstraatje 15. ‘Kapsalon’ is in dit geval overigens wat kort door de bocht: Izzet Ezící afficheert zichzelf als Hair and make up artist – international stylist. Ali vertelt dat twee andere broers van hem twee kapsalons in Antalya bestieren. Op internationale festivals hebben de vier knippende broers tal van prijzen behaald. Niet verbazingweekend dus dat bezoekers van heinde en verre Izzet Ezící weten te vinden. De klandizie uit Venray zinkt daarbij vergeleken in het niet, aldus Ali. Over het Schoutenstraatje is Ali, die in juli een eetzaakje in de Passage zal openen, niet echt te spreken: geen uitstraling, te doods, er valt niets te beleven. Waardoor het wordt gemeden. Waarom geen lichtkunstwerk? Is in Antalya in een achterafstraatje ook gedaan en dat heeft vervolgens een tweede leven gekregen.


15.03 – warempel een tweede bezoeker. Bezoekster zelfs. Die graag wil weten wat hier te zien is. En die dolgraag dat boek van Geronimo Stilton, ergens onderaan in een van de stapels van het boekenkunstwerk van Erik, cadeau zou doen aan een meisje dat ze kent. Ik kan geen weerstand bieden en vis het boek uit de stapel. Wonderwel zonder dat het kunstwerk voor de tweede keer in elkaar dondert. Ze vraagt hoe ik heet. Wim? ‘Die naam betekent dat je een perfectionist bent en oog hebt voor detail.’ Zou het?

16.45 uur – naar Ivonne Voigt die me heeft uitgenodigd voor een maaltijd. Ze woont met Marc en hun kinderen Nora en Mikai in ’t Brukske. Toevallig hebben ze juist vanmiddag in hun voortuin en in die van de overburen (prachtige) banken geplaatst. Voor openbaar gebruik, bedoeld om de cohesie in de straat te vergroten, medegefinancierd met een kleine stimuleringsbijdrage van de gemeente. Hebben wij in Horst aan de Maas ook zoiets? Nee? Waarom voeren we het dan niet in?


We praten over hun werk (Ivonne bij het Duitse oorlogskerkhof in Ysselsteyn, Marc bij de Belastingdienst in Utrecht), over de kinderen, over de vele nationaliteiten in ’t Brukske, over de PvdA, over Boschveld, over het fotoboek dat Ivonne heeft gemaakt van een theatervoorstelling op het oorlogskerkhof in Ysselsteyn, over de prachtige 13-jarige kat (naam: ‘Poes’) die door het fraai ingerichte huis paradeert. Eigenlijk zou ik aantekeningen moeten maken, maar dat zou onvermijdelijk ten koste gaan van het gesprek en dat is nu ook weer niet de bedoeling.


Heerlijke groetensalade (heet dat zo? Ik ben culinair bijzonder slecht onderlegd), waarin zo ongeveer 73 verschillende groenten zijn verwerkt. Een paprikasmeerseltje is zo mogelijk zelfs nog heerlijker. Als toetje schotelen Nora en Mikai me een dansvoorstelling op punkmuziek voor. Om nooit te vergeten. Dankjewel, Ivonne, Marc, Nora en Mikai!      

19.00 uur – het onweer blijft gelukkig op een afstandje. Biedt me de kans om te doen wat ik het liefste doe: zomaar een beetje rondfietsen. Passeer weer de voormalige Dr. Poelsschool aan de Langeweg, waarin nu onder meer Omroep Venray is gevestigd.


Ik ben de afgelopen dagen door verschillende mensen aangesproken die hun zorgen uitten over de toekomst van dit voorbeeldig staaltje wederopbouwarchitectuur. Dat plaats zou moeten maken voor godbetert een supermarkt. Laat Venray dan voor één keer een voorbeeld nemen aan Horst aan de Maas. Daar werd een lokale exponent van het modernisme, gebouw Mooren, tien jaar geleden met sloop bedreigd. Bijtijds kwamen de beleidsbepalers tot inkeer. Het gebouw werd gerestaureerd en nu straalt het weer als vanouds.  

21.00 uur – terug in Casa Veni vidi Venray om nog wat te schrijven. Daarna terug naar m’n b&b, waar ik tot de ontdekking kom dat Feyenoord de bekerfinale heeft gewonnen. Voetbal volgen schiet er helaas wat bij in deze dagen. Nou ja, je kunt niet alles hebben.

zondag 22 april 2018

De stad verbeeld

G. attendeerde me donderdag op de expositie De stad verbeeld die een dag later in het Venrays Museum zou openen. ‘Moet ik naartoe’, wist ik meteen. Als ik ergens m’n vooroordeel over de stadse pretenties van het dorp Venray bevestigd wilde krijgen, moest het daar wel zijn.


Natuurlijk pakte het, toen ik vrijdagmiddag de opening bezocht, weer eens heel anders uit, confronterend zelfs. Met Venray als stad bleek het sowieso niets van doen te hebben. Wel met steden in het algemeen. Het bleek te gaan om een expositie van het werk van VMBO 4-eindexamenkandidaten van Raayland (Venray) en Dendron (Horst) voor het praktisch examen Beeldend Vormen.


Eerlijk gezegd ben ik geen groot liefhebber van exposities van werk van middelbare schoolleerlingen in musea. En toch zal deze expositie me nog lang bijblijven. Waarom? Omdat ik werd geraakt door de uit het werk van de leerlingen sprekende creativiteit, verbeeldingskracht en vrijheid van geest. En omdat ik dit als vanzelf ging vergelijken met mijn eigen verleden op dit gebied op het Boschveldcollege, mijn middelbare school. En dit laatste was dus behoorlijk confronterend. Op Boschveld ben ik nooit iemand tegengekomen die mijn creativiteit (die ik net als iedereen heb) tot leven heeft weten te wekken. Niet op tekengebied, niet op handvaardigheidsgebied en zelfs niet op schrijfgebied. Dat het niet gelukt is die creativiteit tot leven te wekken, dáár zit ik niet zo mee. Erger is dat ik, achteraf bekeken, de indruk heb dat het ook nooit heel hard is geprobeerd. Dat nooit iemand me heeft gestimuleerd nu eens buiten de lijntjes te kleuren, om nu eens dat schoolse los te laten en m’n verbeelding aan het werk te zetten.

Ja, ik ben jaloers op die leerlingen van Raayland en Dendron. Die, zo blijkt uit de expositie, ontegenzeggelijk wél docenten hebben getroffen die het beste uit hun scheppend vermogen hebben weten te halen. Ze zullen het nu misschien nog niet beseffen, maar daar mogen die leerlingen hun docenten dus voor altijd dankbaar voor zijn.

Zomaar een paar voorbeelden: Kopenhagen: de groenste stad van Jacco van Duijnhoven,


The world in a cube van Han Ulder,


Van hier tot Tokyo van Meike Wijnhoven,


Wat een drukte in de stad van Robbert Jakobs


en misschien wel mijn favoriet: De geschrokken wezens van Beau Jenniskens.


Ik kon me overigens niet aan de indruk onttrekken dat de werken van de Dendronleerlingen nog ‘vrijer’ zijn dan die van de Raaylandleerlingen. Al kan het ook zijn dat m’n chauvinisme me nu in de weg zit.

Dag 3 – 21 april

7.45 uur – op naar Casa Veni vidi Venray voor de derde dag. Opnieuw prachtige ochtend, ook Hensenius heeft er weer zin in.


Verslag schrijven van de tweede dag. Wil het korter maken dan dat van de eerste dag, met de bedoeling om meer tijd te krijgen voor verkenningen en ontmoetingen. Uiteindelijk wordt het nog veel langer. Dan toch maar een assistent in dienst nemen voor het schrijfwerk?

10.30 uur – (veel later dan gepland) per fiets richting Sint-Annaterrein ter voorbereiding van de Stoomcursus Verlorenwieldoprechtopzetten van morgen. De fietstocht, niet meer dan enkele honderden meters, kost me drie kwartier: werkelijk overal kom ik dingen tegen die bijzonder genoeg zijn om even af te stappen, er een foto van te maken, er een gedachte aan te wijden. Hier een vervallen schutting, daar een verkeersbord met vreemde spatiëring, ergens anders weer een uitbundig wapperende vlag.

11.15 uur – Sint-Annaterrein. Het zou me verbazen als dit niet met afstand het beste is wat Venray te bieden heeft. Na vele jaren van teloorgang gaat nota bene een Horstenaar het nu herontwikkelen. Houd m’n hart vast. Niet omdat het een Horstenaar is, wel omdat het wordt herontwikkeld. Zal vrees ik hoe dan ook een verlies zijn. Of verval ik nu weer te zeer in mijn rol van azijnpisser?

11.30 uur – besluit maar eens richting Merselo te fietsen. Ook slechts enkele kilometers, toch ben ik er opnieuw drie kwartier mee zoet. Maar ik zou toch ook wel gek zijn als ik voor zoiets (aan de Noordsingel) niet stop, afstap en er een foto van maak?


Gewoon ouwe meuk? Of een readymade? Is het te koop? Of hoort het bordje bij de installatie? Doet er allemaal niet toe, fantastisch is het! Net als dit olifantenpaadje trouwens, verderop aan de Beekweg:


12.07 uur – met het schaamrood op m’n kaken moet ik bekennen dat ik nu pas voor de allereerste keer in mijn leven oog in oog sta met De Ballonzuil. ‘Het  eerste luchtvaartmonument van Nederland’, zo valt te lezen op een tekstbordje. Voor het eerste luchtvaartmonument van Nederland staat het er maar schaemel (schemmel op z’n Venrays?) bij. Wat de romanticus die óók in mij huist uiteraard alleen maar kan bekoren.


12.20 uur – sportpark De Vloet in Merselo.


Kan me er slechts één eerder bezoek aan herinneren. Moet 1980 of 1981 zijn geweest, als 15-, 16-jarige speler van Wittenhorst 1. Voor de competitie, ja, hoe ongelooflijk dat ook mag klinken. Waarschijnlijk verloren of gelijkgespeeld. Net als tegen andere Angstgegners als Geijsteren en Holthees. Vandaag de dag doet zelfs het grote Venray het in de broek voor Wittenhorst. Overtuigend bewijs van de stelling dat vroeger echt niet alles beter was.  

13.15 uur – terug in Casa Veni vidi Venray. In afwachting van bezoek. Dat wéér niet komt. Wat me wéér de gelegenheid biedt om aan teksten te werken. Balans schrijven – dingen doen is nog steeds totaal uit het lood.

14.57 uur – deel van het boekenkunstwerk van Erik van Maarschalkerwaard in de etalage van Casa Veni vidi Venray stort in elkaar. De oorzaak ligt ongetwijfeld bij de vrouw die gisteren buiten openingstijd en zonder mij aanvankelijk ook maar een blik waardig te keuren, boeken uit de stapels trekt om ze vervolgens zonder al te veel beleid weer terug te zetten. Tegen haar man: ‘Joa, ik loëp hier zoëma binne. Stóm dat ze die zoë nergezet hebbe.’ Bij het weggaan tegen mij: ‘Ik kan efkes nie vienge wat ik zuuk, ma ik kóm nog wel trug.’ Nou, liever niet eigenlijk. Waarom laat ik zulke dingen toch gebeuren? Nu zit ik met de gebakken peren, althans de omgevallen boeken.

18.00 uur – gegeten met Sanne Aben bij Anno ’54 (dat ’”54’ vanwege het feit dat Fortuna ’54 toen werd opgericht? Of omdat West-Duitsland dat jaar wereldkampioen werd?). Linguini met asperges en verrassingsdessert. Heerlijk.

21.00 uur – Odapark, theehuis. Vaak genoeg geweest, maar nog nooit voor de presentatie (‘release’) van een (debuut-)EP. Alles moet een eerste keer hebben. The Key heet de debuut-EP. Saull heet de jonge band (klik hier). Drie mannen, drie vrouwen. Concert van een klein uur. Onbevangen aan elkaar geluld door frontwoman (heet dat zo?) Auke Classens.


Mooi! En dan vooral de snellere nummers met wat pit (verwacht van mij geen diepgravende recensie, daarvoor ben ik een te grote onbenul op muzikaal gebied).


Als de band een nummer van Focus speelt, zegt Auke dat een deel van de aanwezigen die naam vermoedelijk wel iets zal zeggen. Gegrinnik: het gehoor bestaat inderdaad voor minstens de helft uit vijftigplussers. Onder wie Bert Albers, mijn eetmaatje van gisteren – zo klein is (cultureel) Venray dus. Loop ook Ingrid Koenen met echtgenoot en jongste dochter tegen het lijf. Ingrid is galeriehoudster te Horst en woont in Geijsteren. Haar man biedt me meteen wat te drinken aan, om maar te laten zien ‘hoe gul wij hier in Venray zijn’. Waarvan akte. Ingrid betrekt ook de vriend van Auke (z’n naam ben ik vergeten – waarvoor excuses) in het gesprek en geeft hem opdracht drie van mijn Veni vidi Venray-visitekaartjes onder het publiek te verspreiden. Iets waar ik zelf te bescheten voor ben. De vriend van Auke heeft zich er overigens aan geërgerd dat een politieke partij in Venray in haar verkiezingsprogramma had staan dat er bladkorven dienden te komen. ‘Alsof er geen belangrijker dingen zijn.’ Klopt. Toch probeer ik hem aan het verstand te peuteren dat bladkorven tot het allerbeste behoren dat ooit in Horst aan de Maas is uitgevonden. Hij lijkt niet erg overtuigd.

zaterdag 21 april 2018

Dag 2 – 20 april

8.00 uur – in Casa Veni vidi Venray om te werken aan het verslag van de eerste dag

10.00 uur – centrumwandeling. Getroffen door de grote hoeveelheid niet van vlees en bloed en niet versteend zijnde driedimensionale mannenfiguren in de openbare ruimte aldaar. En door het ontbreken van niet van vlees en bloed en niet versteend zijnde driedimensionale vrouwenfiguren in diezelfde openbare ruimte.

11.15 uur – onderweg naar Omroep Venray voor een radio-interview over Veni vidi Venray. Omdat ik te vroeg ben fiets ik door het gebied tussen Langeweg en Westsingel. Wekt, zoals zoveel hier, herinneringen aan m’n middelbare schooltijd. Augustus 1977, brugklas, eerste of tweede schooldag. Vossenjacht, in het gebied tussen Langeweg en Westsingel. Vreselijk, totaal niet op m’n gemak, me geen houding weten te geven. Wat de daaropvolgende zes jaar min of meer zo zou blijven, in het bijzonder bij buitenschoolse activiteiten. Vandaag valt er hier meer te lachen, bijvoorbeeld om de blik in de ogen van dit mormel dat bevreesd lijkt te zijn dat ie ervan langs krijgt van z’n baasje omdat ie niet overtuigend genoeg ‘Ik zit er mee in mijn maag!’ heeft gezegd. Als het beestje een beetje karakter had, zou het trouwens weigeren zo’n infantiele tekst uit te spreken.


13.00 uur – terug in Casa Veni vidi Venray. Werken aan teksten. Ik voel me verplicht gedetailleerd verslag te doen van m’n verblijf hier. Maar ik merk nu al dat in dat schrijven veel meer tijd gaat zitten dan ik van tevoren had gedacht. Waardoor er minder tijd is voor dorpsverkenningen en ontmoetingen. Lastig, te meer omdat dit de druk op het schrijven vergroot, wat de kwaliteit dan weer niet ten goede komt.

13.45 uur – de eerste twee bezoekers in Casa Veni vidi Venray! Mart en Jacqueline. Uit Horst. Ook Jacqueline had op de fiets onderweg naar het Boschveldcollege altijd, elke dag, zowel op heen- als terugweg wind tegen. Zou toch eens wetenschappelijk onderzoek moeten worden verricht naar dit bijzondere natuurfenomeen. Gevraagd naar de verschillen tussen Venray en Horst aan de Maas zegt Mart: ‘Heel simpel: Horst is een groot dorp, Venray een kleine stad.’ Ze hebben allerlei tips om bezoekers naar m’n stulpje te lokken, maar het lokken van bezoekers naar mijn activiteiten is niet een van mijn grootste kwaliteiten. Misschien ook wel niet een van mijn grootste ambities. En dus blijft het stil nadat Mart en Jacqueline weer zijn vertrokken. Wat me weer tijd biedt om te schrijven. En de resultaten daarvan te printen en aan de muur te bevestigen. En me godsgruwelijk te ergeren als blijkt dat twee velletjes die ik heb opgehangen niet precies op elkaar aansluiten.


16.30 uur – naar de opening van de expositie De stad verbeeld in het Venrays Museum. Wat ik daar zie, zal me de rest van de dag niet meer loslaten. Zal er een afzonderlijk stukje aan wijden.

18.00 uur – óp d’n aet (is dat ook Venrays?) bij Bert Albers. Om Venray beter te leren kennen, heb ik Venraynaren opgeroepen mij bij hen thuis uit te nodigen voor een maaltijd. Bert is een van de twee mensen die hebben gereageerd (reageren kan nog altijd). We hebben elkaar nooit eerder gesproken, al weten we wel zo’n beetje van elkaar wat we doen (Bert was onder meer journalist bij Dagblad De Limburger en werkt nu bij de gemeente Venray). We eten buiten. Salade, gevolgd door lasagnette. Dit laatste naar een recept van Rens Kroes. ‘De broer van …’, aldus Bert. Wereldvreemd als ik ben, weet ik natuurlijk weer niet van wie. Wat de lasagnette er overigens niet minder heerlijk op maakt.


We spreken uitvoerig over verschillen en overeenkomsten tussen Venray en Horst aan de Maas. En zoeken naar verklaringen. De verschillen lijken vooral terug te voeren op de komst van de psychiatrische instellingen naar Venray aan het begin van de twintigste eeuw. Venray kreeg daardoor een heel andere bevolkingssamenstelling dan Horst aan de Maas. Wat ertoe heeft geleid dat Venray meer gewend is aan mensen van buiten, ‘import’. Bert is wel eens jaloers op de Horster slagvaardigheid: ‘Jullie doen gewoon, wij hebben het er eerst nog eens over.’ Overigens moeten we de verschillen ook weer niet overdrijven, aldus Bert. Ook de muziek, de politiek en het buitengebied in beide gemeenten komen uitgebreid aan de orde. Ik heb het gevoel dat we nog uren zouden kunnen doorpraten, maar plicht (de volgende afspraak in Casa Veni vidi Venray) roept. Bij mijn afscheid geeft Bert me Tussen VIC en ik – 10 jaar ‘Over de Rooy’ – zijn gebundelde columns uit Dagblad De Limburger – cadeau. Dank, Bert, voor het boek, voor de maaltijd en voor het gesprek!


20.00 uur – in vliegende vaart fiets ik terug naar Casa Veni vidi Venray. Waar Jan Duijf (Kloosterstraat Horst), mijn gast van vanavond, me al staat op te wachten. Even later arriveren Frank en Safia. Uit Melderslo. Samen vormen zij deze avond het voltallige publiek. Wat jammer is, want de twee verhalen die Jan voordraagt verdienen een veel groter gehoor. Van de andere kant is de beleving, nu we slechts met z’n vieren zijn, veel intenser en het gesprek dat zich ontwikkelt naar aanleiding van de verhalen veel diepgaander en persoonlijker.


In ‘Het hemelse Jeruzalem’ haalt Jan herinneringen op aan Venray: ‘Mij werden thuis met de paplepel twee vijandbeelden ingegeven: de haat tegen de Duitsers en een nog dieper zittende afkeer van Venray en de Venraynaren.’ Die kwam vooral tot uiting op voetbalgebied: ‘Van Venray verliezen, zorgde voor echte pijn en verdriet. Werd er gewonnen dan voelde men zich in Horst als het ware boven dat immer arrogante Venray uitgroeien.’ Maar ‘Het hemelse Jeruzalem’ is vooral ook een liefdesverklaring aan zuster Philomena, docente aan Jerusalem, de middelbare school in Venray waar Jan zich in 1972 als HAVO-leerling meldde. ‘Philomena was een echte Non de Dieu. Verbazingwekkend dat ze zich zo openstelde voor zaken die mij bezig hielden en die bepaald niet strookten met haar katholieke geloofswereld. Ze hielp mij bij het onbevangen ontdekken van de wereld.’ Niet dat Jan dat toen al in de gaten had: ‘In mijn naïeve arrogantie had ik in die tijd helemaal niet door wat ik allemaal aan het Hemelse Jerusalem te danken heb. (…) Ik begreep niet dat ik een van de mooiste tijden uit mijn leven in Venray doorbracht.’

Ik kan alleen maar oprecht hopen dat Jan ooit besluit ‘Het hemelse Jeruzalem’ te publiceren. Voor nu prijs ik me gelukkig dat ik getuige mocht zijn van de Erstaufführung.

vrijdag 20 april 2018

Top 5 – Niet van vlees en bloed en niet versteend zijnde driedimensionale mannenfiguren in de openbare ruimte van het centrum van Venray

Kijk ik er overheen of zijn ze er gewoon echt niet, de niet van vlees en bloed en niet versteend zijnde driedimensionale vrouwenfiguren in de openbare ruimte van het centrum van Venray? Ja, onder De Marktgangers van Anne Haeyen vallen er enkele te ontwaren, maar dan heb je het ook wel zo’n beetje gehad. Ben ik abuis? Corrigeer me dan maar, Venray! Ik mag dan wel uit Horst aan de Maas komen, ik voel me echt niet te groot om m’n ongelijk te erkennen.

Geen vrouwenfiguren dus. Dan zit er helaas weinig anders op dan te volstaan met de Veni Vidi Venray top 5 van niet van vlees en bloed en niet versteend zijnde driedimensionale mannenfiguren in de openbare ruimte van het centrum van Venray. Komt ie:

5. Om medelijden mee te krijgen deze herder in de Schoolstraat. Maakt een moe-en-der-dagen-zat-indruk.


Maar is het gek als je uitzicht dagelijks, en dat waarschijnlijk al vele jaren lang, wordt belemmerd door een in een ronde bank verpakte boom?


4. Een van De Marktgangers van Anne Haeyen in de passage tussen Gouden Leeuw en Henseniusplein.


Het idee was ongetwijfeld deze doodse passage op te leuken met een aantal van deze fleurige kunstwerken. De fleurige kunstwerken zijn gekomen, maar het is een misverstand om te denken dat doodse passages überhaupt vallen op te leuken met fleurige kunstwerken.  

3. Zo ver van huis is het af en toe best fijn een bekende tegen te komen: voor Etos in Horst staat iemand die wel een broer kon zijn van deze zwaar omzwachtelde man. De broer in Horst doopte ik ooit tot Jan Zwachtelman (klik hier), maar daarop volgde een correctie van Etos: Arnold blijkt z'n ware naam te zijn. Iemand enig idee hoe z’n Venrayse tegenhanger in de Schoolstraat heet?


2. Omdat elk verstand van ruimtelijk inzicht me vreemd is, bestempel ik deze man (voor de ingang van reisbureau Vice versa aan het Henseniusplein) maar tot driedimensionaal figuur, hoewel het me niets zou verbazen dat ie ook wel eens twee- of eendimensionaal zou kunnen zijn. Wat doet het er ook toe? Ik vind ‘m werkelijk fantastisch.


1. Zó bedrieglijk echt, deze verkoper van koningsdagshirts voor de ingang van Foto Dom Melskens aan de Schoolstraat.

donderdag 19 april 2018

Dag 1 – 19 april

9.15 uur – Erik van Maarschalkerwaard ophalen in Tienray om de volgende hand te leggen aan de inrichting van Casa Veni vidi Venray, ofwel Schoutenstraatje 15, mijn werkadres voor de komende elf dagen. Erik, op 26 april te gast in Casa Veni vidi Venray, voltooit zijn prachtige boekenkunstwerk in de etalage.


En hangt twee werken van eigen hand op. Zó mooi!


11.15 uur – weer thuis

12.15 uur – per fiets richting Venray. Sentimental journey: als leerling van het Boschveldcollege legde ik van 1977 tot 1983 dezelfde route nagenoeg dagelijks af. Altijd regen, altijd koud. Op de heenweg altijd wind tegen en op de terugweg was de wind altijd weer gedraaid. Voeg daarbij een naargeestige school en verklaard is waarom ik geen bijzonder dierbare herinneringen aan Venray heb. Nu schijnt de zon, is het warmer dan het ooit op 19 april is geweest, heb ik een licht briesje in de rug en zie ik er naar uit om naar Venray te gaan.

12.30 uur – fotomoment als ik de grens tussen de gemeenten Horst aan de Maas en Venray passeer. Veni vidi Venray is nu echt begonnen!


12.37 uur – ook veertig jaar later is de stank van de nertsenfokkerij op de kruising Lollebeekweg – Oosterbosweg nog altijd ondraaglijk. Wat is eigenlijk nut en noodzaak van nertsenfokkerijen?

12.45 uur – zes jaar lang benutte ik het olifantenpaadje nabij de kruising Overbroekseweg – Horsterweg om op het fietspad aan te sluiten in de lange, lange slierten van fietsende leerlingen onderweg naar Boschveld en Jeruzalem. Nu is het er niet meer – tot m’n leedwezen.


Daar staat tegenover dat de chinchillakwekerij (de enige van Nederland?) er nog altijd is. Ongelooflijk. Ook het weidse dal van de Oostrumsche Beek ligt er nog hetzelfde bij als veertig jaar geleden. Ook al ongelooflijk.


12.55 uur – zelfs een ander landmark van toen bestaat nog: het cafetaria aan de Albionstraat in Leunen waarvan ik me de toenmalige naam niet herinner. Nu gaat het door het leven als cafetaria De Vries. Destijds na schooltijd voor velen een geliefde pleisterplaats. Niet voor mij. Ik moest voetballen. Altijd weer voetballen.


12.58 uur – deze rechtopgezette verloren wieldop, iets voorbij het tankstation aan de Albionstraat, doet me twijfelen of ik de stoomcursus verlorenwieldoprechtopzetten in het Sint-Annapark (komende zondag om 11.00 uur) wel moet laten doorgaan. Zo voorbeeldig rechtopgezet heeft deze regiobestuurder van het Gilde der Verlorenwieldoprechtopzetters ze nog maar zelden gezien.


13.03 uur – Venray, het beloofde land! Voor elf dagen dan toch.


13.10 uur – aankomst bij Casa Veni vidi Venray. Kort mijn opwachting gemaakt bij het Henseniushuis, de bed & breakfast waar ik mag verblijven tijdens Veni vidi Venray. Daarna verder inrichten, spullen uitpakken en neerzetten, apparatuur aansluiten.

14.00 uur – Casa Veni vidi Venray opent voor de eerste keer z’n deuren. Passanten genoeg, maar niemand die gebruikmaakt van de mogelijkheid tot een praatje en/of kopje koffie/thee. Ben er niet echt rouwig om: biedt me de rust de inrichting te voltooien en een groot deel van dit stuk te schrijven.

17.15 uur – met Sanne Aben van Cultura Venray gegeten bij Zowyzo (wat klaarblijkelijk de naam is van de serveerder/serveerster).


Tomatensoep en salade met brie. Was prima. En pryma. En eigenlijk ook wel priema.

18.45 uur – voor even terug naar Horst aan de Maas om kleren et cetera op te halen.  

20.15 uur – terug in Venray, nog wat geschreven, nog wat gewandeld door het dorp (de stad?). Daarna terug naar m’n b&b, om VVV te zien verliezen van Ajax.

zondag 15 april 2018

Introductie

Venray verrijken. Dat is in twee woorden de bedoeling van Let it happen Venray, een initiatief van onder meer Cultura Venray. Deze manifestatie, die loopt van half april tot oktober, biedt kunstenaars de ruimte. En wel letterlijk: zij krijgen gedurende een bepaalde periode, variërend van een weekend tot enkele weken, het pand Schoutenstraatje 15 tot hun beschikking. Als tegenprestatie leveren zij producten waarmee Venray fysiek dan wel geestelijk wordt verrijkt. Van graffiti tot gedichten, van foto’s tot teksten, van performances tot 3D-tekeningen, van videokunst tot installaties.


Van donderdag 19 tot en met zondag 29 april ben ik, Wim Moorman, degene die het spits afbijt. Op mijn weblog Horst-sweet-Horst (klik hier) publiceer ik sinds 2008 in woord en al dan niet bewegend beeld over Horst aan de Maas. Of het nu gaat om olifantenpaadjes, de lokale politiek, graffiti, de vee-industrie, putdeksels of het dialect: het ontkomt niet aan mijn pen en oog. Mijn bespiegelingen zijn nu eens liefdevol, af en toe uitdagend, dan weer kritisch en heel vaak verwonderd.


Onder het motto Veni vidi Venray wil ik tijdens mijn verblijf in Venray onderzoeken of het gras bij de buren groener is of dat er toch niets boven Horst-sweet-Horst gaat. Door in gesprek te gaan met Venraynaren en door Venray te gaan verkennen, van Lull tot ’t Brukske en van de Ballonzuilbossen tot het Lavendelplein. Zo hoop ik antwoorden te vinden op vragen als hoe het zit met de vermeende stadse pretenties van Venray. Of Venray ook olifantenpaadjes kent. Hoe het is gesteld met het Venrays dialect. Of het Venrayse buitengebied net zo vernacheld is als dat van Horst aan de Maas. Of Venray meer kunst-minded is. Of Polen en andere niet-Nederlanders in Venray wél worden gekoesterd. Wat de staat is van de Venrayse trapveldjes. Of de geur van varkens ook tot in de Venrayse haarvaten is doorgedrongen.


Van m’n bevindingen zal ik zo mogelijk dagelijks verslag doen op dit weblog en op de Facebookpagina Veni vidi Venray (klik hier). Daarnaast toon ik op Schoutenstraatje 15 van 19 tot en met 28 april dagelijks tussen 14.00 en 16.30 uur foto’s, video’s en teksten die het resultaat zijn van m’n ontdekkingstochten door Venray. Bezoekers zijn dan van harte welkom om een kijkje te komen nemen. En ook voor een kop koffie/thee en/of een praatje.


Los daarvan komen op enkele avonden gasten mij verblijden met een bezoek aan m’n tijdelijke verblijfadres om iets te zeggen, doen, laten horen of zien. Publiek is daarbij van harte welkom. De exacte data en tijdstippen en details over hun bijdrage volgen nog op dit weblog en op Facebook.